Ziektes van deze tijd

Kan je met diabetes nog steeds fijnproever zijn?

Diabetes, ook suikerziekte genaamd, is een levenslange aandoening waarbij het suikergehalte in het bloed is verhoogd.

Kan je met diabetes nog steeds fijnproever zijn?

Deze verhoogde bloedsuikerspiegel ontstaat wanneer de pancreas of alvleesklier onvoldoende insuline aanmaakt, wanneer het lichaam ongevoelig wordt voor de werking van insuline (insulineresistentie) of door een combinatie van beide factoren. Als gevolg hiervan kunnen de cellen onvoldoende suiker (glucose) opnemen, waardoor het zich ophoopt in het bloed.

De verhoogde bloedsuikerwaarden bij diabetes kunnen op termijn zowel de grote als de kleine bloedvaten aantasten. Verschillende organen kunnen hierdoor schade oplopen.

Door de aantasting van de grote bloedvaten heb je een groter risico op een hartinfarct, een hersentrombose en een slechte bloedcirculatie in de benen. De aantasting van de kleine bloedvaten zorgt vooral voor problemen in de ogen en de nieren.

Een slecht geregelde diabetes kan ook de zenuwbanen aantasten. In combinatie met een slechte bloedcirculatie kunnen voetwonden ontstaan die moeilijk genezen. Men spreekt in dit geval van ‘diabetische voet’.

Diabetes type 2 behandel je grotendeels zelf. Naast het correct innemen van je medicatie is het van groot belang een gezonde levensstijl aan te nemen. Gezonde voeding en voldoende lichamelijke activiteit staan daarbij centraal.

Als je voldoende aandacht schenkt aan je behandeling, aan je voeding en aan lichaamsbeweging, kan je een even actief en lang leven leiden als mensen zonder diabetes.

We geven je graag enkele tips om je te helpen elke dag de juiste voedingskeuze te maken.

 

Een dagelijkse gezonde voeding

De basis van het voedingsadvies bij diabetes is geen ‘dieet’ maar een gezonde en gevarieerde voeding, met extra aandacht voor koolhydraten, vetten en voedingsvezels.

Koolhydraten in uw voeding

Koolhydraten zijn de brandstof van ons lichaam. Ze zijn de belangrijkste bron van energie.

We kennen koolhydraten beter onder de naam ‘suikers’. Suikers zijn koolhydraten, maar niet alle koolhydraten zijn suikers. Ook zetmeel is bijvoorbeeld een koolhydraat. Men spreekt vaak van ‘snelle suikers’ en ‘trage suikers’.

Maar wat betekent dit nu eigenlijk?

Wanneer een koolhydraat wordt opgenomen in het lichaam, wordt het door de spijsvertering omgezet in glucose. Dit komt vervolgens in ons bloed terecht waardoor de bloedglucosewaarde stijgt. Deze stijging kan heel snel of eerder traag gebeuren. Een maat voor de snelheid waarmee de bloedsuikerspiegel stijgt als je koolhydraten gegeten hebt, noemen we de glycemische index (GI).

Koolhydraten die snel worden afgebroken tijdens de spijsvertering en hun glucose snel afgeven in de bloedbaan hebben een hoge glycemische index. Dit zijn de snelle suikers.

Koolhydraten die langzaam worden afgebroken en hun glucose geleidelijk aan het bloed afgeven, hebben een lage glycemische index en noemen we trage suikers.

De glycemische index van een voedingsmiddel wordt bepaald ten opzichte van een referentieproduct. Dit referentieproduct, meestal glucose dat heel snel in het bloed wordt opgenomen, krijgt een waarde van 100. Hoe dichter de GI van een voedingsmiddel bij de 100 ligt, hoe sneller het in staat is om het bloedsuiker te doen stijgen.

Over het algemeen worden voedingsmiddelen ingedeeld in de volgende categorieën:

Sommige factoren kunnen de glycemische index van voedingsmiddelen beïnvloeden:

  • Vezels doen de absorptie van glucose vertragen, waardoor de GI van vezelrijke producten laag is.
  • Wist je dat appelsap een hogere GI heeft dan een appel? Dit komt omdat ook de vorm van het voedingsmiddel de GI ervan bepaalt. Een vaste vorm heeft vaak een lagere GI dan een vloeibare vorm.
  • Ook de aanwezigheid van andere voedingsstoffen zoals vetten en eiwitten zal de GI mee bepalen. Meestal zorgen zij voor een lagere GI.
  • Tot slot zal ook het productie- en het bereidingsproces een invloed hebben op de GI. Een industrieel gebakken volkoren stokbrood heeft een hogere GI dan een snede volkorenbrood.

Enkele tips:

  • Verspreid de inname van koolhydraten over de dag, zodat er niet in een keer veel suikers in het bloed komen.
  • Gebruik liever niet te veel voeding met ‘snelle’ koolhydraten, die heel snel als suiker in het bloed komen, zoals snoep, koekjes, jam, wit brood, witte rijst en aardappelpuree. Kan je toch niet weerstaan aan een lekkere ontbijtkoek? Eet er dan een eiwit- of vezelrijk product bij, zoals yoghurt, om je bloedsuikerspiegel niet te laten oplopen.
  • Vaak staat op een verpakking ‘ongezoet’ of ‘zonder toegevoegde suikers’. Maar let op: daarin zitten vaak wel suikers, zoals in vruchtensap of in melkproducten (melksuiker, lactose). Pas op met “light”producten. Ze bevatten niet altijd minder suikers.
  • Kunstmatige zoetmiddelen die zo goed als geen energie aanbrengen (bv. aspartaam, acesulfaam K) mag je, met mate, gebruiken in een gezonde diabetesvoeding. Zij hebben geen invloed op je bloedsuikerwaarden, noch op je lichaamsgewicht.
  • Zoetstoffen zoals maltitol, lactitol en xylitol hebben geen invloed op je bloedsuikerwaarden maar brengen wel een zekere hoeveelheid energie aan (iets meer dan de helft van het caloriegehalte van suiker). Wie op zijn lichaamgewicht moet letten, gebruikt ze best niet teveel.

Vetten in uw voeding

Vetten zijn opgebouwd uit vetzuren. We onderscheiden verzadigde (zoals in vlees, volle melkproducten, boter en kaas) en onverzadigde vetzuren (zoals in vette vis, sommige plantaardige oliën, smeer- en bereidingdsvetten en noten). Personen met diabetes heb­ben een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Vooral verzadigde vetten hebben hierop een ongunstige invloed. Onverzadigde vetten hebben daarentegen een gunstige invloed op de bloedvetten.

Enkele tips:

  • Kies voor mager vlees (kalfsvlees, kip, kalkoen, mager rundsvlees), vis (magere of vette vis), magere kaas, magere of halfvolle melkproducten, ...
  • Bereid je maaltijd met weinig of geen vet (maximaal 1 eetlepel voor de bereiding van de maaltijd).
  • Gebruik minarine, vloeibare margarine, olijfolie, arachideolie, maïsolie of kool-zaadolie voor het bereiden van je maaltijd.
  • De hoeveelheid vlees, vis of vleesvervangers vult maximaal ¼ van het bord.

Vezels in uw voeding

Het is aangeraden 30 tot 35g vezels per dag in te nemen. Deze haal je uit volkoren­producten, fruit, rauwkost, havervlokken, ... Ze zorgen voor een betere verzadiging en darmtransit. De oplosbare voedingsvezels (onder meer in groenten, fruit en peul-vruchten) zorgen bovendien voor een tragere opname van glucose, waardoor het glu­cosegehalte in het bloed trager stijgt.

Enkele tips:

  • Eet groenten à volonté, bij voorkeur een ½ bord, minimum 2 keer per dag: rauwe of gekookte groenten, soep, sappen, ...
  • Eet elke dag 2 stukken fruit.
  • Eet je fruit als dessert na een maaltijd om de opname van de suiker aanwezig in het fruit te vertragen.
  • Kies vooral voeding waar het woord ‘volkoren’ voor staat, zoals volkorenbrood en volkoren pasta, en voor erwten, bonen en linzen.

Drank

Voldoende drinken is, zoals voor iedereen, ook voor diabetespatiënten erg belangrijk.

Enkele tips:

  • Drink 1,5 liter, liefst water, per dag. Ook koffie, thee en bouillon kunnen zolang je er geen suikers aan toevoegt.
  • Beperk je alcoholconsumptie, dat wil zeggen 1 consumptie voor vrouwen en 2 consumpties voor mannen per dag. Drink dit beter tijdens een maaltijd, want alcohol verlaagt je bloedsuikergehalte.
  • Alcohol is bovendien een belangrijke bron van calorieën. Je drinkt het dus best niet als je je gewicht in de gaten moet houden.

Hoe kan je gezond eten volhouden?

  • Varieer en zoek alternatieven. Elke dag hetzelfde eten wordt snel saai en eentonig. Speel met je gezonde voedingspatroon. Eet bijvoorbeeld elke dag een andere seizoensgroente.
  • Eet op vaste tijdstippen en samen met anderen. Las – in de mate van het mogelijke – vaste eetmomenten in voor jezelf. Vermijd te veel tussendoortjes. Probeer ook om samen met anderen te eten: dat helpt je om regelmaat te houden.
  • Pas je omgeving aan. Richt je omgeving in zodat de gezonde keuze voor de hand ligt en de ongezonde moeilijker wordt. Leg fruit bijvoorbeeld in het zicht in de keuken en bewaar geen snoep of koeken in je auto of op kantoor. Bereid je voor op ‘noodgevallen’: stop een portie soep of pastasaus in de diepvries voor dagen met weinig tijd. En neem een flesje water of zakje noten mee in je tas, zodat snoepautomaten of tankstationsnacks je onderweg niet in verleiding brengen.
  • Werk stapsgewijs. Moet je nu van vandaag op morgen je hele eetpatroon omgooien? Nee hoor, elke kleine verbetering is een stap vooruit. Hou het vooral haalbaar voor jezelf. Start bijvoorbeeld met één stuk fruit per dag, als je dat nog niet deed. Bevalt dat je en wordt het een gewoonte? Probeer dan nog een extra stap in te bouwen. En geef vooral niet op wanneer je eens een terugval hebt – het gebeurt de besten! Hulp nodig? Planmatig werken kan je helpen. Stel bijvoorbeeld een weekmenu en boodschappenlijstje op.
  • Geniet van wat je eet!. Laat eten ook vooral een feest blijven. Verwen jezelf dagelijks met lekkere gezonde voeding. En gun jezelf af en toe een minder gezonde uitspatting. Blijf dan gewoon bewust van de frequentie (niet te vaak) en portiegrootte (niet te veel). Zoek de goede balans tussen voor je lichaam zorgen en genieten.

Op het vlak van voeding is de diëtist de specialist die je kan ondersteunen en begeleiden bij het aanpassen van jouw voedings- en leefgewoonten. Daarnaast kan de diëtist antwoorden op vragen rond product- en etiketinformatie, het uitwerken van recepten enzovoort. Voor iedere persoon met diabetes wordt voor minstens 2 consultaties per jaar van een half uur een tegemoetkoming voorzien.

Blijf jezelf verwennen

Lekker en gezond eten met diabetes, het kan! Of je nu een snelle hap wil bereiden of een gastronomisch diner, je vindt voor elke gelegenheid inspiratie. Met een aantal tips kan je recepten uit tijdschriften of kookboeken al een heel stuk gezonder maken:

  • Verminder de hoeveelheid aangegeven vetstof (gebruik maximum 1 eetlepel bereidingsvet bij de warme maaltijd).
  • Vervang boter en harde margarine door olijfolie, arachideolie, koolzaadolie of vloeibaar bak- en braadvet.
  • Vervang room door een sojaroom alternatief.
  • Voorzie voldoende groenten.
  • Pas eveneens de hoeveelheid koolhydraten aan je persoonlijk dagschema aan.

Smakelijk !

Meer weten over de verschillende diabetes? Lees onze artikel hier.

Vragen over de diabetes liga in Vlaanderen? Klik hier.